Gods hand in de geschiedenis – problemen

Kun je spreken van ‘de hand van God in de geschiedenis’? Jannie Kerkhuis hoeft daar niet lang over na te denken. Als ze voor zichzelf het jargon een beetje vertaald heeft, zegt ze volmondig ja. God regeert toch alles? Dat heeft ze al op catechisatie geleerd, en in elke preek over Zondag 10 van de catechismus komt dat terug: Gods voorzienigheid, die over alles gaat. Dat leeft voor haar; ze leert het ook aan haar kinderen al van jongs af aan.

Toch spreken ook gereformeerde geschiedschrijvers tegenwoordig niet van Gods hand in de geschiedenis. Historici als de oud-hoogleraren A.Th. van Deursen en G.J. Schutte hebben wel veel aandacht besteed aan de doorwerking van het calvinisme in de geschiedenis van Nederland. Dat was in de tijd dat zij doceerden bepaald ongebruikelijk. Ik denk dat zij persoonlijk in die invloed de hand van God hebben gezien. Maar een historicus zegt dat niet zo. Er zijn namelijk allerlei bezwaren aan verbonden.

Een tijd lang is het algemeen gebruikelijk geweest. Gods hand werd gezien, en aangewezen, in de bevrijding van Nederland uit de Spaanse overheersing en in de rol van het Oranjehuis van die tijd af aan. Gods hand werd ook gezien in rampen zoals overstromingen, muizenplagen en misoogsten. Daarmee, zo werd gezegd, riep God ons op tot berouw over onze zonden en bekering, verbetering van ons leven.

In de negentiende eeuw kwam het ideaal op van een meer objectieve geschiedwetenschap. Maar in die tijd schreef ook Groen van Prinsterer. Hij zag de hand van God in de Hervorming en de zegen die daarop volgde. Hij wees ook de dynamiek van het ongeloof aan: de Franse revolutie liep uit op een fiasco en dat was ook onvermijdelijk. Daarin was Gods straffende hand over de goddeloosheid. Deze visie heeft in de gereformeerde geschiedbeschouwing doorgewerkt tot vandaag toe.

Welke problemen komen op als je Gods hand in de geschiedenis wilt aanwijzen? Als je er alleen maar mee bedoelt dat God alles regeert, gaat de uitspraak z’n betekenis verliezen. Je kunt dan de geschiedenis neutraal vertellen, als een binnenwereldse ontwikkeling, en de bewering: ‘Dat heeft God zo bestuurd’ voegt niets wezenlijks toe.

Een andere bekende methode is, Gods hand vooral te zien in opvallende gebeurtenissen – hetzij negatief, hetzij positief. Beide zijn al genoemd. Mensen doen het ook in hun persoonlijk leven: ik heb een fijn gezin, een mooi huis, een goed inkomen, ik ben gezegend. Maar zo simpel ligt het toch niet. Bekend is dat ook Hitler in die trant sprak: wij zijn aan de winnende hand, de voorzienigheid is met ons. Het probleem is dat je op die manier aan het speculeren raakt over Gods bedoeling.

Vaak werden vooral wonderen aan God toegeschreven. Weer: hetzij negatief, hetzij positief. Of, breder, ingrjpende gebeurtenissen, die het bekende ritme van de geschiedenis te buiten gaan, en het begrijpelijke verloop van oorzaken en gevolgen. En vooral gebeurtenissen die de menselijke beïnvloeding te buiten en te boven gaan. Rampen, zoals de overstromingen in Pakistan, de aardbeving in Haïti, de tsunami, die vele mensenlevens kosten. Mensen staan dan al gauw klaar met de vraag: Waarom doet God dat, of laat hij dat toe? De achterliggende gedachte is dat hij daar de hand in heeft.

Omgekeerd, positief: als je een ernstige ziekte hebt en je wordt toch beter; je hebt lang en vurig om geld gebeden, en plotseling komt er een grote gift binnen.

Ook hier geldt een bezwaar: je maakt onderscheid tussen natuurlijke processen en Gods ingrijpen. God wordt – met een bekend en moeilijk vertaalbaar Duits woord – een ‘Lückenbüszer’, iemand die gaten opvult in onze beleving en ons begrip. Dat zou betekenen dat, hoe meer wij begrijpen, des te minder aan Gods hand kan worden toegeschreven.

Een zwaarwegend bezwaar van historici tegen zulke manieren van denken is dat je in je kijk op de loop van de gebeurtenissen de binnenbocht neemt. Als je zegt: in de watersnood van 1953 was Gods hand, dan zie je gemakkelijk de natuurlijke factoren over het hoofd: een combinatie van springtij en zware storm. In het eerste geval zul je misschien oproepen tot bekering, maar in het tweede geval worden de Deltawerken gerealiseerd. Dat is onze verantwoordelijkheid. De overstromingen in Pakistan zijn, zoals we weten, in ieder geval voor een deel het gevolg van slecht menselijk beheer van het landschap.

Veel bezwaren dus. En tegelijkertijd: we zullen Jannie Kerkhuis toch niet afvallen? Hoe kunnen we dan wel over ‘Gods hand in de geschiedenis’ spreken? Daarover een andere keer verder.

26-8-2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *