Florence Nightingale en het beeld van God

De onderwijzer op de lagere school vertelde ons al over Florence Nightingale, en de indruk daarvan heb ik sindsdien nooit meer kunnen vergeten. Van die oorlog op de Krim snapte ik nog niets, maar dat hinderde niet. Ik wist wel al de plek op de kaart, die merkwaardige flubbel in de Zwarte Zee. Die soldaten waren er erbarmelijk aan toe – dat begreep ik wel, hoewel de gruwelijke details ons bespaard bleven. Florence Nightingale was een kundige verpleegster, die met elementaire hygiëne al een hele verbetering bracht in de toestand van de militairen. Ze was ook toegewijd: ‘de dame met de lantaarn’ (‘the lady with the lamp’), die ’s nachts de ronde deed. Ze werd het embleem van de verpleegsters sindsdien, het symbool van hun beroepstrots.

Het is dit jaar honderd jaar geleden dat Florence overleed, en in de media wordt haar portret opnieuw getekend. Niet geïdealiseerd. In de lijst van haar tijd. Ze wilde niet geportretteerd worden. Toch wordt haar nederingheid in twijfel getrokken. Er is zelfs sprake van een ‘florence-nightingalesyndroom’, ook wel hulpverlenerssyndroom genoemd. Het woord Messiassyndroom wordt ook wel gebruikt. De afhankelijkheid van de patiënt bevestigt de zorgverlener in haar gevoel van eigenwaarde en geeft haar voldoening. Hij – het gaat vaak ook over mannen – voelt zich de redder van de cliënt. Dit kan tot een erotische binding leiden. Historisch gezien lijken mij deze suggesties over haar karakter nogal speculatief en onterecht.

Florence Nightingale had een sterk geloof in God, maar hield afstand van rechtzinnige dogma’s. Ze vertelt van een ervaring waarbij God haar riep, al zei hij niet duidelijk wat ze dan moest gaan doen. Ze geloofde dat God in ieder mens is. In de patiënten; maar ook in de verpleegster: in haar kwam God zelf naar de mensen toe.

Ze stamde uit een familie van unitariërs. Dat duidt het geloof aan in één God, niet de Drie-eenheid. Jezus was alleen maar een mens. Er is geen verzoening door zijn offer; dat is niet nodig. Ook de Heilige Geest is niet nodig: God is immers al in ieder mens. Het is een geloof dat in die tijd veel voorkwam in de hogere kringen. Florence behoorde tot de elite. Dat bleef zo, toen ze met haar voeten in de modder, het bloed en de diarree ging staan. Ze gaf leiding aan een grote ploeg verpleegkundigen. Ze had contacten die goed kon gebruiken voor de publiciteit van haar werk.

De bewogenheid met de medemens had ze wel van huis uit meegekregen. Haar grootvader had samen met William Wilberforce gestreden voor de afschaffing van de slavernij. Haar vader was tegen de leer van Darwin, die in die tijd opkwam; niet omdat hij geloofde in het bijbelse scheppingsverhaal, maar omdat hij zag aankomen dat negers als een lager stadium in de evolutie en bijgevolg als minder menselijk zouden worden beschouwd. Het was een medemenselijkheid met christelijke wortels.

Was Florence een gelovige? Het eindoordeel komt ons niet toe. Misschien moeten we terughoudender zijn met het hanteren van een zwart-witschema. Vertoonde ze het beeld van God? Ik meen dat we daar ja op kunnen zeggen. In de woorden van het formuliergebed met de voorbeden uit het Gereformeerd Kerkboek, de voorbede voor degenen die arbeiden in inrichting van barmhartigheid: ze wandelde “in de voetstappen van Hem die het land doorging, goeddoende en genezende alle ziekten en kwalen onder het volk”.

Werken in de zorg heeft in onze snelle samenleving niet veel status. Het is nu eenmaal noodzakelijk; het is vooral een kostenpost, die de pan uit rijst, en we kijken met argusogen of daar niet op bezuinigd kan worden. Afhankelijk zijn van zorg is voor ons een ongelukkige uitzondering. In werkelijkheid hebben wij allemaal die zorgzame God nodig.

Ik vind het niet terecht (zoals ik in De Reformatie heb geschreven, in een serie artikelen over de mens als beeld van God) om te zeggen dat we van het beeld van God alleen kunnen spreken waar echt geloof in Christus is. Dat is een gangbare visie in de gereformeerde theologie. Ik vind het portret van Florence Nightingale een duidelijk argument daartegen. Ik betreur haar opvatting van het christelijk geloof, maar ik ben dankbaar voor het licht dat nog steeds van haar gestalte uitgaat.

 7-10-2010

Voor het bovenstaande is gebruik gemaakt van een artikel over Florence Nightingale in Trouw van 18 september 2010, in het katern Letter en Geest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *