Bruggenbouwer

John Hardeman is betonwerker. Momenteel werkt hij aan een brug in een snelwegtracé. Toch heet hij geen bruggenbouwer. Hij wordt bouwvakker genoemd en laagopgeleid. Maar hij weet het nodige over druk- en trekkrachten, mengen en storten, wapening en bekisting. En wat meer is: hij maakt iets, met zijn handen, en daar heeft hij plezier in.

John gaat zondags naar de kerk, behalve op dagen dat hij verplicht moet werken, zoals bij

foto willemsunie.nl
foto willemsunie.nl

reparatiewerkzaamheden soms gebeurt. Zijn geloof kwam wel eens ter sprake als zijn collega’s aan het kankeren of aan het schuine moppen tappen waren. Sindsdien vermijden ze het onderwerp. Moet hij weten, niks voor hen, vinden ze. Van zijn gezinsleven weten ze niet veel. Ze waarderen hem als collega. Ooit heeft iemand hem eens uitdagend gevraagd: Kun je christelijk een brug bouwen? Daar had hij geen gevat antwoord op.

Helder

Hij is gewoon een christen, ook als hij naar zijn werk gaat. Hij zorgt dat hij helder is als hij op het project verschijnt. ’s Morgens dankt hij God voor nachtrust en voor de nieuwe dag en bidt hij om kracht voor zijn werk (zijn kinderen liggen dan nog op bed, zijn vrouw ontbijt later met ze). ’s Avonds dankt hij dat God ze allemaal bewaard heeft, hij bidt voor zijn gezin en voor anderen. Hij is geen theoloog, maar hij is er in zijn hart van overtuigd dat alles wat hij heeft en wat hij nodig heeft van God komt.

Die man is nou typisch een christelijk werker. Om het in theologische taal te zeggen: hij is met Christus gestorven en opgestaan. Hij geniet, midden tussen de betonmortel, van het nieuwe leven, dat hij uit genade gekregen heeft en aldoor krijgt. Toegespitst, in de termen van een bepaalde theologische discussie: wat John doet is christelijke cultuurarbeid. Dat er geen etiket ‘christelijk’ op staat doet daar niets aan af. Dat hij het zonder enige pretentie doet, evenmin.

Horizon

‘Christus en cultuur’ wordt in hem werkelijkheid. Niet dat er een aparte christelijke cultuur is. John doet zijn werk samen met collega’s die niet geloven. Met elkaar bouwen ze één brug. Een brug waarover straks al die mensen in al die auto’s zullen rijden. Ook weer gelijkelijk christenen en niet-christenen. De ambitieuze zakenvrouw en de piekerende vader. De dominee op weg naar een kerkdienst en de vakantieganger op weg naar het bungalowpark (dat kan trouwens een en dezelfde persoon zijn). Het gezin op weg naar een festival en de iemand die in scheiding ligt op de vlucht. Al die auto’s, tot de ambulance en de lijkwagen toe.

Waar gaan ze naar toe? Dat overziet niemand. Toch kun je in het verlengde van die brug, aan de horizon, een stad zien liggen, die oplicht als een edelsteen. Donkere wolken zijn er ook. John ziet dat niet zo duidelijk en hij zou het ook niet onder woorden kunnen brengen. Hij gaat wel op een bijbelstudiegroep, waar ze een paar avonden het boek Openbaring hebben besproken, maar het studieboekje dat daar gebruikt werd kan hij niet goed lezen; de woorden dansen voor zijn ogen. Hij gelooft er wel in.

Al die mensen in al die auto’s gaan straks over die brug op weg naar die horizon. God wil niet zonder het werk van John en zijn collega’s zijn einddoel met de geschiedenis bereiken. Dat is de zin van hun werk. Die gedachte is voor John rijkelijk abstract, maar zijn plezier in zijn werk staat daar toch niet los van. Het kan best zijn dat een van zijn collega’s het later ook zo zal beleven. De brug leidt naar een open toekomst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *