Bergen op Zoom

Op het terras op de Grote Markt naast het Raadhuis is het al vroeg vol. Hier rondomheen zijn de meeste bezienswaardigheden. Het Teerhuis (logement), de Sint Gertrudiskerk, de Stadsschouwburg, en het oudste hotel van Nederland, de Draak (ernaast is Sint Joris). Voor het raadhuis staat het standbeeld van Anton van Duinkerken. En even verderop is de grootste toeristische trekpleister: het Markiezenhof, met z’n stijlkamers en z’n museumcollectie. Op een van de binnenhoven ervan speelt vandaag een fanfare. Alles in de zon, bij een ideale wandeltemperatuur. Er is dan ook veel publiek. Bergen op Zoom is een toeristische stad met een rijke geschiedenis. In de Tachtigjarige Oorlog heeft ze het keer op keer zwaar te verduren gehad, maar ook later was het een vestingstad. Er is nog veel wat aan die geschiedenis, vanaf de Middeleeuwen, herinnert.

Het laatste deel van de stadswandeling gaat door de buurt waar vroeger de haven was. Die is Haven (vrij van recht)nu gedempt, er is een parkeerplaats van gemaakt. De plattegrond is nog hetzelfde, je kunt je nog goed voorstellen hoe het vroeger was. Dit gedeelte van de stad ligt buiten de vroegere omwalling. Hier zijn nog bedrijfspanden, net als vroeger, met de kapitale bedrijvigheid: een kraanfabriek, een metaalbedrijf, een meubelzaak, een advocatenkantoor, een makelaar, een tandartspraktijk . Op zaterdag is het, op een enkele wandelaar na, stil.

De Dubbelstraat staat vol met auto’s. Deze straat kronkelt. De huizen zijn er kleiner; de zaken ook. De sfeer is wel oud, maar verder gewoon. Ook het café op de hoek, De Kaai, is gewoon. Het is bruin, donkerbruin. Tot ver in de middag is het er stil. Er wordt gebiljart en gedart, en je ruikt er nog de rokerigheid van vroeger. Buiten is een klein terrasje waar de stoelen in de loop van de middag nog voorover hangen op de tafeltjes. Hier ruik je dat hier dichtbij een favoriete plek van wildplassers is. Het toerisme, voorzover het al hier langs komt, haalt voor dit café de neus op.

Hier droom ik het liefst. Over de gewone mensen die hier vroeger bezig waren, de neringdoenden, de kleine patroons en arbeiders. De zoutketen. Hier werd het geld verdiend. De belasting op de waag, het maalrecht op de getijdenmolen, al die kosten waar de handelaars niet omheen konden, vloeide naar het hof van de heer, uiteindelijk markies (maar niet lang; de markies stierf en het geslacht was uitgestorven). Hier werd hard gewerkt, de marges waren smal. Ik ben een late verwant van die nu vergeten mensen. Hier hoor ik. Laat die toeristen maar op het Markiezenhof.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

mushroom coffee