Armoede en ik

Wat heb ik toch met armen en armoede? Het boek ‘Koninkrijk vol sloppen: Achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw’ trok me in de boekhandel onweerstaanbaar aan en ik heb armoedeuitgekozen om te kopen.

Het onderwerp wordt zo langzamerhand een rode draad in mijn blog. Ik schreef over het boek ‘Het pauperparadijs’, over zwarten die niet hard werken, over de Roma. Ik raakte aan het onderwerp toen ik over Bergen op Zoom schreef. Andere stukken over het thema heb ik nog in portefeuille.

Het is denk ik niet nodig om m’n motieven helemaal te begrijpen om oprecht met armen begaan te zijn en dat in daden om te zetten. Maar ik wil toch graag inzicht in hoe dat bij mezelf – en mogelijk anderen – werkt.

Ik ging naar India om er vijf jaar te wonen en te werken vanwege de armen. Al veel eerder nam ik uit Berlijn als souvenir een boek van Zille mee, die de armoede in de Berlijnse achterbuurten tekende. Bij een tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam kocht ik een boek met foto’s van Berlage over de armoede in die stad. Later zag ik, in hetzelfde kunstgebouw, een fototentoonstelling over armen in Amerika. Waarom?

Nieuwsgierigheid

Het zou te makkelijk zijn om alleen maar edele motieven aan te voeren. Ik ben geen idealistische wereldverbeteraar, en een mens wordt niet alleen door morele drijfveren gedreven. Er speelt ook nieuwsgierigheid mee.

Het is niet dat armoede mijn eigen achtergrond zou zijn. Mijn ouders waren afkomstig uit de middenklasse, mijn moeder uit de redelijk gegoede middenklasse; mijn vader werd officier. Ze wilden ons zoveel manieren bijbrengen, ook tafelmanieren, dat we bij de koningin konden eten als het zich mocht voordoen (ik denk niet dat ik dat niveau gehaald heb). Op arbeiders mocht je niet neerkijken. Maar er waren toch wel achterbuurten, met mensen die onbeschaafd waren. Een eind voorbij de school was zo’n achterbuurt en daar kon je zelfs beter niet komen: de opgeschoten jongens daar waren gevaarlijk. Voor God waren alle mensen gelijk, maar ik merkte toch wel dat mijn ouders nog opgegroeid waren in een omgeving van standsbesef.

Het is ook geen romantiek van me: de schilderachtige armoede – zoals mensen het zien die zelf op een afstand staan en alleen als toerist of als schilder (van plaatjes of met woorden) langs komen. Laat staan sensatiezucht: achterbuurt kijken als een soort aapjes kijken. Ik zie het onder ogen: het komt allemaal voor. Maar ik vind het niet erg om met armen om te gaan en me bij hen thuis aan te passen – in India kwam dat voor – hoewel ik besef dat ik dat maar tot op zekere hoogte kan.

Gewone regel

Ik ben ook niet ‘rood’. Ik ben wel opgegroeid in een tijd dat er een linkse golf door de Nederlandse cultuur ging, sterker nog: door de wereld (zoals nu een rechtse golf), en ook door kerk en theologie. De tijd van provo’s en de studentenrevolte van 1968. De tijd van ‘alternatief’, van de opkomst van de sociale academies, van de geitenwollen sokken. De tijd van de Frankfurter Schule en Marcuse, en van de theologie van de revolutie en van de bevrijding. Kortom, de tijd dat de armen een aureool kregen. Daar ben ik vast door beïnvloed, dat wel. Wat de Bijbel zegt over rijkdom en armoede staat me helder voor ogen, en ik heb er meermalen over gepreekt en geschreven. Maar ik ben orthodox genoeg om afstand gehouden te hebben van neomarxistische ideeën.

Wat dan wel? Ik wilde weten. Weten hoe mensen leefden, en nog leven. En dan niet degenen die altijd in de schijnwerpers hebben gestaan, maar uitzonderingen bleven, een kleine minderheid. Het Markiezenhof in Bergen op Zoom ben ik zonder hartzeer voorbijgelopen. Ik wilde het leven van de gewone mensen leren kennen – verreweg de meeste mensen. De mensen die altijd in de schaduw waren gebleven omdat ze niet interessant, belangrijk of aantrekkelijk werden gevonden.

Ik ben zelf ook een gewoon mens. De armen, dat is mijn familie. Dat zijn wij, van huis uit. Voor God. Bedelaars. Jezus Christus werd arm om ons rijk te maken. Wij westerlingen, wij welvarende Nederlanders van deze eeuw, zijn uitzonderingen in de wereld; over het algemeen was onze familie arm, en is ze dat nog. Door speciale aandacht voor de armen kan ik de wereld beter begrijpen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *