Absurde pretentie in de Psalmen

Het is absurd, zo pretentieus. Een klein volk in een klein land, ingeklemd tussen de grote mogendheden, met een hoofdstad en een tempel waarvan de glorie tussen de zeven wereldwonderen van die tijd verbleekte… En dan in die tempel een beschpretentie6eiden koor met primitieve muziekinstrumenten, dat zingt: “De HEER is koning![i]  Laten alle volken Hem prijzen. Vertel ze van zijn wonderbaarlijke reddende daden en laten ze Hem hier komen aanbidden”[ii].

Die God heeft alle mogelijke concurrentie. Niet alleen heeft elk volk z’n eigen god, of goden, en hebben alle hoofdsteden hun eigen tempels voor die goden. Ook bij zijn eigen volk zijn de oudere familiegoden niet vergeten. In zijn land zijn er nog altijd heiligdommen voor de traditionele lokale goden. En in de tijd van de internationalisering worden buitenlandse goden geïmporteerd. Wat hebben al die wereldbewoners met deze ene God te maken?

Allergisch

Is dat niet dezelfde vraag waar wij als christenen vandaag voor staan? Ook nadat Jezus op aarde was en het christendom een wereldgodsdienst is geworden? We zien de secularisatie onder ogen. Pluralisme is het parool. Iedereen is vrij om z’n leven en z’n hart op z’n eigen manier in te vullen, en je mag vooral niets negatiefs zeggen over de invulling van anderen. Onze samenleving is nog allergisch voor christelijke claims die herinneren aan de machtspositie in het verleden. Je krijgt het christendom hier nog steeds niet helemaal weg. In andere landen is de situatie veelal totaal anders; christenen in islamitische landen moeten zich helemaal gedeisd houden.

Kunnen we die psalmen niet alleen nog zingen als we er veel korrels zout overheen strooien? Wat verbeelden we ons wel?

Verklaarders proberen die psalmen af te zwakken. De psalmist spreekt in vervoering, zeggen ze. Het is niet echt een missionaire oproep[iii]. Het is niet echt aan de vreemde volken geadresseerd. Het moet wel bedoeld zijn met het oog op de toekomst, als Christus gekomen zou zijn[iv].

Koningin

Helemaal een slag in de lucht zijn die liederen toch niet. Rachab, de Kanaänitische hoer, horen we al de God van Israël prijzen. En wat ze zegt over de volken in de omgeving, wijst erop dat die ook al de grootheid van deze God zijn begonnen te erkennen. Een God die zó machtig zijn volk uit de onderdrukking in Egypte bevrijd heeft, is wel iemand om rekening mee te houden.

Het meisje dat bij een raid was meegenomen naar Syrië en daar als slavin bij een generaal in de huishouding werkte, heeft haar mond niet gehouden, met als resultaat dat Naäman de HEER leerde kennen als zijn genezer en Hem wilde blijven vereren. En wat trok Ebed-Melech, de Ethiopiër, naar Jeruzalem? En die andere, hooggeplaatste Ethiopiër[v]?

In de tijd van David en Salomo kregen de omringende landen met deze koning en zijn godsdienst te maken. De koningin van Scheba kwam er op af. Jezus houdt haar als voorbeeld aan Israël voor. En ook de inwoners van Nineve die naar de profeet Jona luisterden – en die de verklaarders weer als geadresseerden proberen te bagatelliseren, samen met de andere volken die in profetische boeken een eigen ‘preek’ krijgen. Verder hebben de koningen die Daniël gediend heeft, en hun hof, en hun rijk, Hem leren kennen.

Kort

Psalm 100 vers 1 (nog in de oude berijming) was een van de eerste psalmverzen die ik op de lagere school leerde zingen: “Juich, aarde, juich alom den HEER; / dient God met blijdschap, geeft Hem eer; / komt, nadert voor Zijn aangezicht; / zingt Hem een vrolijk lofgedicht”. Hetzelfde geldt voor latere cohorten op de basisschool, met nieuwere berijmingen: het is lekker kort. Ik wist toen nog weinig of niets van de problemen er omheen. En de juf, die elk te leren psalmversje uitlegde, heeft op mij de eerbied en blijmoedigheid overgebracht die – zeg ik nu achteraf – helemaal beantwoordde aan de inhoud.

In de kerk zingen we deze psalmen nog steeds. Maar wat denken we er eigenlijk bij? Is het alleen maar ‘praise’, of menen we het echt als een oproep aan de wereld?

Toon

Er zou nog veel te zeggen zijn over de motieven bij deze oproep aan de volken. En over de toon. En over de verdere inhoud. En over de continuïteit tussen Oude en Nieuwe Testament op dit punt.

Weer een heel ander verhaal is, hoe we die oproep vertalen in onze tijd, in evangelisatie, in de politiek en in de media. De discussie daarover is volop aan de gang en zal dat blijven.

Maar het begin ligt toch hier: in het zingen van deze psalmen, in de kerk, in vergaderingen en in ons hart.

————————————————-

[i] H.G.L. Peels citeert: “In fact, it is the predominant relational metaphor used of God in the Bible”. ‘The Kingdom of God in the Old Testament’, In die Skriflig 35(2) 2001:173-189.

[ii] Psalm 96 en andere Psalmen. Zie bijvoorbeeld 67, 97-100, 148.

[iii] vdPloeg op Psalm 96.

[iv] Calvijn op Psalm 96. Meer recht aan deze aspecten van de Psalmen doet P.J.N. Smal, Die universalisme in die Psalms. Kampen: Kok, 1956. Diss. VU.

[v] Handelingen 8.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *