‘Verwerping’: wat is dat voor een leer?

Een van de meest verguisde en kwetsbaarste leerstukken in het gereformeerde christendom is dat van de ‘dubbele predestinatie’ oftewel ‘verkiezing en verwerping’.

Het eerste gedeelte, de uitverkiezing, wordt naar verhouding nog het meest beleden. God heeft mensen uitgekozen om gered te worden. Alleen daaraan hebben ze hun redding van het begin tot het eind te danken.

Maar dan: dat God ook mensen verworpen zou hebben, bestemd om voor eeuwig verloren te gaan, dat wil er ook bij veel gereformeerden niet in. Daarbij kan men zich alleen maar een wrede God voorstellen, en zo is God niet, daarvan is men overtuigd.

Juist over die verwerping wil ik het nu hebben.

Uit-verkiezing

Er is terecht op gewezen, dat de leer geen parallellie inhoudt van het ‘dubbelbesluit’. God heeft niet een deel van de mensen bestemd tot eeuwig heil en net zo goed een ander deel tot eeuwige ondergang.

Men moet hierover voorzichtig spreken, zegt Calvijn. En de Dordtse Leerregels zeggen het hem niet alleen grondig na, maar doen het ook. Veel voorzichtiger dan in een korte samenvatting, of in het populaire beeld, dat nu eenmaal niet al te genuanceerd kan zijn.

Intussen kan men moeilijk de verkiezing belijden zonder de verwerping. De verkiezing is echt uit-verkiezing. Uit de hele massa van zondige mensen heeft God die-en-die uitgekozen; de anderen niet: die is hij voorbijgegaan. Er is dan ook wel voorgesteld om van het besluit van de voorbijgang te spreken.

Niet objectief

Maar hoe kun je dat nu belijden? Zelfs mensen die eraan willen vasthouden zijn er veelal verlegen mee. Ze spreken er liever niet over en menen dat dat ook niet kan: het is nu eenmaal een duister besluit.

Maar God is licht, er is in hem geen spoor van duisternis.

De sleutel ligt m.i. in een goed verstaan van de aard van een dogma. Te vaak wordt een dogma nog gezien als een objectieve waarheid, of althans een objectieve stelling, die men kan aannemen of verwerpen, maar waarover men ook kan discussiëren, beschouwend, van buitenaf als het ware, in een kring van mensen die de stelling geloven, betwijfelen, er moeite mee hebben, enzovoort, tot mensen die die afwijzen maar er wil serieus over willen praten.

Geadresseerd

Maar zo zijn dogma’s niet. Zo is de christelijke leer niet. Zeker omvat zij stellingen, waarheidsclaims, die boven de subjectiviteit van de al- of niet-gelovige mens uitgaan. Maar ze is niet objectief of abstract.

De christelijke leer is altijd een boodschap. De bijbelse waarheid is altijd geadresseerd aan mensen. Die is altijd communicatief. Die vraagt altijd om gehoord te worden. Die appelleert altijd aan mensen.

De leer van de uitverkiezing is een onderdeel van het hele evangelie. Die spreekt een mens altijd aan. Jij, zondaar – Christus heeft voor jouw zonden geleden! Je hoeft het alleen maar te geloven, aan te pakken, dan ben je gered! En de gelovige zegt: Ja, Heer, mijn redding is enkel en alleen maar aan u te danken!

Je staat vóór Hem

Maar afgedacht van die reactie – iedereen wordt aangesproken met het evangelie van Christus. Dat evangelie zegt tegen niemand: Jij bent een verworpene. Zelfs niet: Jij bent misschien wel verworpen; dat moet je niet uitsluiten. Het zegt tegen iedereen: Er is redding door Christus, ook voor jou! Daar heeft God door Christus al alles voor gedaan. Ook jij kunt gered worden. En dan is dat ook alleen maar aan hem te danken!

Als je dat niet van hem aanneemt… Als je hem maar laat praten…

Met andere woorden: de aangesprokene is in geding! Over God, die uitkiest, kun je niet discussiëren zonder op datzelfde moment vóór hem te staan, door hem aangesproken te zijn, zijn claim op je af te zien komen. Niemand kan dat.

Verschuilen

Dit heeft hij gedaan! Dit doet hij! Wat vind jij daar nou van? Wat doe je daar mee?

Er is geen enkele reden waarom jij verloren zou moeten gaan. Er is geen mogelijke verwerping waarachter jij je op dit moment kunt verschuilen.

Ook de leer van de dubbele predestinatie is, het als het hele evangelie, existentieel.

Ruimte

Stel dat je het niet aanneemt. Stel dat je volhoudt met, zonder enig excuus, Gods verkondiging te verwerpen. Dan kun je zelfs daar nooit trots op zijn: ik heb dan toch maar helemaal zelfstandig, los van hem en tegen hem in, gekozen!

Nee, want God regeert. Denk aan wat in Romeinen 9 – dat diepste hoofdstuk over de uitverkiezing – staat over Farao – het diepste woord over de verwerping. “Ik heb u alleen in leven gelaten om u mijn macht te tonen en om iedereen op aarde te laten weten wie ik ben”. Daarmee sprak God, door Mozes, Farao aan! Wat voor reactie kon je dan verwachten? Dit: dat Farao zich nog eens bedacht. Hij had al heel veel van Gods macht gezien. Als ik hiermee doorga, kon dat wel eens op mijn ondergang uitlopen! Ik kan het er maar beter niet op aan laten komen…

Daarvoor had God hem in leven gelaten. God had hem het leven gegeven, tot op die dag toe, nog steeds, ondanks al zijn verzet. God gaf hem, geduldig, ruimte en gelegenheid. Nu, op dit moment, sprak hij hem opnieuw aan.

Iedereen

Dat doet God met iedereen, die met de leer van de uitverkiezing in aanraking komt, erover nadenkt, erover mee discussieert, zich er een mening over vormt.

Stel dat je nee zegt. Dan is dat heus niet stoer. En tegelijkertijd komt dat ook niet omdat je verworpen bent. Ik heb jou in leven gelaten om je mijn liefde in Jezus te laten zien! Laat dat goed tot je doordringen!

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

mushroom coffee