De heilsgeschiedenis preken

Inleiding tot het boek ‘This Is Your God!’ : Preaching Biblical History

Gepubliceerd in De Reformatie, 2010.

A. Korte aankondiging

“DIT HEB IK VOOR JOU GEDAAN

Marga is ziek. Ze voelt zich ongelukkig. Misschien moet ik bidden, denkt ze. En dan eerst iets uit de Bijbel lezen. De geschiedenis van koning Hizkia komt bij haar boven: die was ziek, hij bad, en toen werd hij beter! Met wat moeite vindt ze de geschiedenis in haar bijbeltje. Het is een bemoedigend verhaal! Ja, God zal ook naar mij luisteren als ik bid. Hij kan mij genezen. Maar toch…
Bij mijn bed komt er geen profeet die zegt dat ik weer beter zal worden. Ik krijg geen teken. En die plak gedroogde vijgen, dat is maar een vreemd geneesmiddel, of verbandmiddel; dat zou ik nooit doen. Waarom staat er nou geen ‘gewoon’ verhaal in de Bijbel, over ‘gewone’ mensen die genezen werden op het gebed? De Heer Jezus heeft massa’s mensen genezen, toen hij op aarde was. Maar er is altijd iets speciaals in die verhalen. Nu zijn er zoveel mensen die al maar bidden en toch niet beter worden…

Kort door de bocht

Op het eerste gezicht lijkt het heel aantrekkelijk om dat Bijbelverhaal over Hizkia kort-door-de-bocht toe te passen. Zo wordt de Bijbel dan ook vaak gebruikt. Ook in preken. Wereldwijd. Deze manier van Bijbel lezen en preken spreekt direct aan. Die vraagt weinig Bijbelkennis. En die lijkt rechtstreeks op jouw – in dit geval Marga’s – situatie van toepassing.
Maar dat Bijbelgedeelte heeft een veel wijdere bedoeling. Het staat in het kader van een langere geschiedenis. Hizkia is de koning uit het huis van David. Daar is de belofte aan verbonden dat er uiteindelijk de grote zoon van David uit zal voortkomen, de Christus. Voor ons allemaal. En nu, op het moment dat Hizkia ziek is, is het crisis: de aanval van koning Sanherib van Assyrië is nu aan de gang. En Hizkia heeft nog niet eens een zoon om hem op te volgen. Spannend! Hoe zal Gods belofte nu ooit werkelijkheid worden?

God maakt geschiedenis

Die verbanden, waarin dit verhaal staat, moeten in een goede preek in ieder geval aan de orde komen. Dan is er niet maar een lijntje tussen één persoon uit het verleden, Hizkia, en één uit het heden, Marga. Maar dan krijg je zicht op het machtige werk van God de eeuwen door. Je staat als preekhoorder, samen met al die mensen, het volk Israël door de eeuwen heen en de kerk van het Nieuwe Testament, onder een geweldige koepel, een ruimte die God voor jou gecreëerd heeft. Je staat daarin samen met je broeders en zusters, dichtbij en overal. Dat lucht op. Dat is uiteindelijk veel bemoedigender. Het bouwt op: een grote gemeenschap.
Het inzicht dat de bijbelse geschiedenis zo opgevat en zo gepreekt moet worden, is in Nederland in de gereformeerde theologie van de twintigste eeuw systematisch ontwikkeld: de ‘heilshistorische prediking’. Een paar jaar in het buitenland hebben me des te scherper laten zien hoe bevoorrecht wij daarmee zijn en hoe goed het zou zijn om dat met anderen te delen. Dat heeft geresulteerd in m’n boek ‘This Is Your God!’ Preaching Biblical History (Delhi 2010). Daarin zet ik de principes uiteen, maar geef ik ook methodische aanwijzingen en preekschetsen.
B. Langere versie in twee artikelen

1. GOD MAAKT GESCHIEDENIS

De Bijbel is een spannend boek. Kinderen ervaren dat, misschien nog wel meer dan volwassenen. Machtig, die schepping! Wat jammer, wat erg, dat Adam en Eva het zo bedierven. Hoe zal dat verder gaan? Hoe zal het gaan met Abraham, met Israël, met David? Dat wil je weten. Je rust niet voor je het boek uit hebt.
Het is het verhaal van de grote daden van God. Het begint bij de schepping. Het gaat verder de eeuwen door, tot op Jezus Christus… Dan wordt het zijn geschiedenis. Die gaat verder, in het boek Handelingen… Die heeft een open einde. De afloop ligt al wel vast in de profetie, maar die is nog toekomst. Dat open einde is een deur waardoor wij opgeroepen worden om binnen te gaan!

Doorgaande lijn

De Bijbel is, in grote lijn, een geschiedenisboek. Het begint als een geschiedverhaal: “In het begin schiep God…” En zo gaat het door. Weliswaar zijn er ook andere ‘genres’. In de hedendaagse studie van de Bijbel wordt veel aandacht gegeven aan de verschillende genres van de Bijbelboeken. Al tamelijk in het begin zijn er lange stukken wetgeving, die het geschiedverhaal lijken te onderbreken en vaak niet bepaald boeiende lectuur zijn. Maar die wetten zijn wel ingebed in de geschiedenis: regels voor bouw van de tabernakel en de eredienst daarin, en andere wetten die daarmee in verband staan, zijn aan Mozes gegeven toen Israël bij de Sinaï was. Het zijn de wetten van het verbond dat God toen en daar met Israël sloot. Veel Psalmen beschrijven geschiedenis of zinspelen erop. David zingt over wat God voor hem deed en gaat daarin als koning het volk van God voor. Spreuken zijn een vrucht van Israëls bloeitijd onder de zoon van David. Profeten treden op in een bepaalde historische situatie en spreken daarop in. Brieven zijn geschreven in de geschiedenis van zending en kerk zoals in Handelingen beschreven. Het kader van de Bijbel is geschiedenis.
Het is de geschiedenis die God maakt, de weg die hij gaat met mensen – de mensen die hij gemaakt heeft. Hij regeert niet alleen over de wereld, over wat er gebeurt, hij treedt ook op in de geschiedenis. Sterker: door op te treden maakt hij de geschiedenis. Als je het met een film vergelijkt: hij is niet alleen de scenarioschrijver. Hij is ook meer dan de regisseur. Hij is ook de hoofdpersoon. Niet de enige; wel de belangrijkste.

“Dit ben ik”

Hij treedt sprekend en handelend op. Hij zegt: Dit doe ik, dit ga ik doen, dit kun je van mij verwachten. En dan gaat er wat gebeuren. Dat maakt het juist zo spannend. Zal het lukken? Hoe zal dat gaan? Er gaan eeuwen overheen. Daarin gebeurt ontzettend veel, maar toch staat de definitieve vervulling van zelfs zijn woorden aan het begin nog steeds uit.
Hij gaat om met mensen. Hij neemt mensen in zijn dienst, om namens hem op aarde op te treden en te werken aan de vervulling van zijn plan. Mozes moet Israël uit Egypte leiden. Bileam moet erover zeggen wat hij, God, gezegd wil hebben. Dat maakt het extra spannend. Wat als die mensen zwak zijn, struikelen, falen, of zelfs zich verzetten en botweg weigeren? Of als ze het op hun eigen manier proberen te doen en daarbij het spoor bijster raken?
In het voorbijgaan geef ik hiermee aan dat de bijbelse geschiedenis meer is dan verbondsgeschiedenis of heilsgeschiedenis. Hoe centraal en belangrijk ook het verbond is, hoezeer alles in die geschiedenis ook een relatie heeft met de weg die God met zijn volk gaat – het gaat ook over mensen die buiten het verbond zijn, en hoe God daarmee communiceert en wat hij met ze doet.

Verlost

In die geschiedenis openbaart God zichzelf. Hij laat zien wie hij is. Hij spreekt in de Bijbel niet alleen maar over zichzelf. Hij komt er persoonlijk in naar mensen toe; uiteindelijk naar ons toe: Hier ben ik! Zo ben ik voor je, zo moet je mij zien.
Die geschiedenis is wezenlijk, onmisbaar voor ons. We zien dat gemakkelijk in als het over Jezus Christus gaat: wij worden verlost doordat hij op aarde kwam, leed en stierf, en weer opstond. Maar Christus is er niet zonder deze hele geschiedenis. Hij is de zoon van David. Hij vervult Pesach, de bevrijding uit Egypte. Hij is degene die Abraham, door het geloof, uit de verte heeft gezien.
Wij worden verlost door die geschiedenis, door dat handelen van God door de eeuwen heen. Anders gezegd: wij worden verlost door die God, die in de weg van die geschiedenis vandaag naar ons toe komt.

Subjectief

Die geschiedenis is beschreven in de Bijbel. Het is wonderbaarlijk hoe de historische Bijbelboeken, hoeveel verschillende mensen er ook aan meegeschreven hebben, op elkaar aansluiten. De manier van geschiedenis schrijven is anders dan wij tegenwoordig gewend zijn en dat werkt wel eens vervreemdend. Wij hebben bijvoorbeeld minder belangstelling voor geslachtsregisters, en meer belangstelling voor chronologie. Het is duidelijk dat de geschiedschrijving in de Bijbel niet ‘puur objectief’ is. Maar dat is geschiedschrijving nooit. Elke historicus die gaat schrijven heeft een doel, een plan van aanpak en een eigen manier van benaderen.
De Bijbelschrijvers gebruikten, net als elke historicus, bronnen. Hoewel dat veelal evident is (Jozua 10: 13, 1 Koningen 14: 29 enz.), is er ook enorm veel speculatie over. De schrijvers spreken soms duidelijk uit dat hun beschrijving gestuurd wordt door hun bedoeling (Johannes 20: 31). Ze gebruiken ook literaire technieken, zoals  structuur en herhaling. Al zulke factoren doen niet af aan de betrouwbaarheid, het recht doen aan de feiten.
Er klinken soms emoties door in het verhaal, zoals verontwaardiging, of ironie. We moeten oppassen, elementen die ons subjectief of vreemd voorkomen aan ‘de menselijke factor’ toe te schrijven. Het eindresultaat dat voor ons ligt, is het woord van God. Het is normatief: hij wil dat wij de geschiedenis zien zoals hij die beschrijft. Zijn verontwaardiging is erin en zijn ironie. De schandaligheid en de ironie zijn aan het gebeuren zelf eigen.

Geen boekreligie

Heel die geschiedenis mondt uit bij ons, die leven in de laatste dagen. Het verhaal spreekt ons aan: Dit is uw God! Het wordt verkondigd, het komt naar ons toe, het moet verkondigd worden. De geschiedenis zoals de Bijbel die beschrijft moet gepreekt worden. Met de bedoeling dat wij ons aan hem gewonnen geven, ons voegen in deze geschiedenis en zijn beleid prijzen.
Dat is meer dan: een aantal eeuwige waarheden geloven of aannemen; of je geraakt voelen door het verhaal; of gestimuleerd worden tot goed of religieus gedrag. Gods handelen verlost ons, niet onze waardering en toepassing van de bijbelse literatuur.
Het christendom is geen boekreligie. De Bijbel is non-fictie, ‘referentieel’: het gaat niet om het boek op zich, het verhaal, maar om de beschreven werkelijkheid.
Wat betekent dat voor de preek? Een preek over een stuk bijbelse geschiedenis moet recht doen aan de context van dat fragment in het geheel van die geschiedenis. Het moet die gebeurtenis laten zien in dat geheel van het werk van God, dat de eeuwen omspant. Impliciet moet dat werk van God het thema zijn. Mensen komen ter sprake zoals God met ze handelt, en zoals ze op dat handelen reageren.
Een paar voorbeelden. Ruth 1, het laatste gedeelte, is niet bedoeld om ons het hoofd te doen schudden over die verbitterde en kleingelovige Naomi. De preek moet het werk van God aan haar laten zien, eerst in haar familieleven en daarna in Ruth, waarvoor zij geen oog heeft. Een preek over Davids overwinning op Goliat gaat niet maar over zijn voorbeeldige geloof of moed. Het gaat erover dat God, terwijl Saul faalt, bezig is aan zijn volk een nieuwe leider te geven (hij is pas tot koning gezalfd; hij zegt tegen Goliat: Je hebt de God van de gelederen van Israël beschimpt!). Dit wordt de voorvader van Christus, ‘de zoon van David’.
Op deze manier is de bijbelse geschiedenis actueel: we leren er God uit kennen, die ook nu nog God is.

2. GOD PREKEN

Preken over historische Bijbelgedeelten, vooral uit het Oude Testament, geldt nog steeds als moeilijk. Hoe is die geschiedenis actueel voor mensen vandaag? Hoe kun je die naar gewone kerkgangers toe brengen? In gereformeerd Nederland hebben we wat dat betreft, vooral in de twintigste eeuw, een traditie opgebouwd. Als je in het buitenland, waar ook ter wereld, hoort preken, besef je pas goed hoe bevoorrecht je daarmee bent. Het gaat om wat God heeft gedaan, hoe hij geschiedenis heeft gemaakt. Hij moet gepreekt worden: “Dit is uw God!”
Preken over de bijbelse geschiedenis voldoen hier lang niet altijd aan. Dat heeft verschillende achtergronden. In de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis is wel het Oude Testament, inclusief de geschiedenis, als het woord van God aanvaard, waar we blij mee kunnen zijn. Maar voor wie hoger opgeleid was in de toenmalige Griekse cultuur waren de verhalen toch nogal onbeschaafd. Theologen probeerden er diepere, tijdloze waarheden in te ontdekken. Later kwam de Schriftkritiek, die delen van de bijbelse geschiedenis als niet historisch, niet echt gebeurd, van de hand wees – kleinere of grotere delen, tot praktisch het geheel.
Alle eeuwen door is er gepreekt over Bijbelverhalen op zichzelf. Ze werden losgepeld uit hun context en besproken als illustraties van een levenshouding en gedrag dat de hoorders werd voorgehouden als voorbeeld, positief of negatief, als afschrikwekkend voorbeeld, om juist niet te volgen. Of als voorbeeld van menselijkheid, waarin de hoorders zich konden herkennen. Abraham en David werden tot voorbeelden van geloof. Lot gaf het voorbeeld van een keus die wij niet moesten volgen. Elia werd een voorbeeld van moed en daarop volgende ontmoediging. Petrus werd een voorbeeld van een spontaan mens, Thomas van een twijfelaar. In de twintigste eeuw is men deze preektrant ‘exemplarisch’ (of ‘exemplaristisch’) gaan noemen.

Charme

Waarom wordt er vaak zo gepreekt? In de eerste plaats omdat het makkelijk is. Het lijkt voor de hand te liggen. Het vraagt geen diep inzicht in de bijbelse geschiedenis als geheel. Bovendien heeft deze preektrant een eigen charme. Die spreekt makkelijk aan. Het blijft allemaal binnen behapbare – maar ook wel knusse – proporties.
Bovendien teert deze preektrant op een element van waarheid. De rij personen in Hebreeën 11 geeft voorbeelden van geloof. Boaz, en David, zijn voorbeelden die stimuleren tot navolging (in bepaalde, beperkte zin!).
De prediker wil graag zijn hoorders stimuleren tot godvrezend gedrag, en waarschuwen voor het tegenovergestelde. Hij wendt zich tot de Schrift om van daaruit bepaalde actuele zaken aan de orde te stellen. Voor geloofsbeproeving gaat hij naar Abraham of Jozef, voor huwelijksmisère naar Jakob of naar David en Batseba, voor gebed bij ziekte naar Hizkia, voor alcoholmisbruik naar Noach of Belsassar.

Binnenbocht

Het bezwaar tegen dit soort preken is niet, op zichzelf, dat er veel aandacht is voor de mens in het verhaal. Dat is in de Bijbel zelf ook zo. De mens kan zelfs de hoofdpersoon in de preek schijnen. Ook dat kan nog bijbels zijn. Het moge duidelijk zijn dat deze prediking van wat God heeft gedaan niet de mensen in het verhaal verwaarloost. Hij handelde met hen, en aan hen. Hij deed het voor ons.
Het bezwaar is ook niet dat de preek aanleiding geeft tot – gedeeltelijke – identificatie met de mensen in het verhaal. Dat is onvermijdelijk bij elke vertelling. Ook de prediker zelf moet zich in de hoofdpersonen kunnen verplaatsen, ook bijvoorbeeld in Hagar en Batseba.
Het bezwaar is, kort samengevat, dat zulke preken de binnenbocht nemen. Ze verkorten het perspectief. Ze verplatten de geweldige koepel van de bijbelse geschiedenis.
De toepassing wordt willekeurig. Deed Lot de verkeerde keus? Je zou ook kunnen zeggen: hij was moedig; niet van de wereld, durfde hij toch in de wereld te zijn; ook al liep het niet goed af. Of: Abraham had Lot beter niet de keus kunnen laten.
De toepassing wordt onbillijk. Wij zijn niet zo getraind in het hanteren van wapens als David was. Wij zijn trouwens ook niet gezalfd tot koning over Gods volk. Wij hebben niet zo’n uitgelezen opvoeding gehad als Daniël.
Omgekeerd wordt de toepassing goedkoop. Wij – met name in onze nieuwtestamentische situatie – komen niet in dezelfde verleidingen als Jefta, Simson of David, dus is het ook niet zo moeilijk om hun zonde te vermijden.

Buikspreken

Vaak wordt, om bij de toepassing te komen, het pad van de vergeestelijking gegaan. Jozef zat in de put, letterlijk – wij kunnen geestelijk (of psychisch) in de put zitten. Jezus gaf de vijfduizend brood – hij geeft ons geestelijk voedsel. Inderdaad, die geschiedenissen herhalen zich niet, en zo vinden we dan toch een parallel.
Je kunt door je keuze van het verhaal de Bijbel laten zeggen wat jij wilt. David ging de vijand te lijf, maar Hizkia tijdens de belegering van Jeruzalem niet, en hij verbood het ook zijn onderdanen. En toen Nebukadnessar kwam verbood zelfs God zelf het.
Eigenlijk is er bij deze methode geen duidelijke reden waarom we over Bijbelverhalen zouden preken, en niet over figuren uit de kerkgeschiedenis of de zendingsgeschiedenis.
Deze methode is soms zelfs gevaarlijk. Zoals Israël uit Egypte trok, trokken de Voortrekkers in Zuid-Afrika naar het noorden. En zo staan wij, onderdrukten, op tegen de rijken en machtigen en bevrijden ons van hen. Wij strijden voor de goede zaak, God staat aan onze kant, hij zal ons de overwinning geven! Kanaän, de zoon van Cham, was vervloekt, Israël moest de Kanaänieten uitroeien… we kennen de conclusies.
De pleitbezorgers van de heilshistorische prediking hebben deze bezwaren breed besproken. Maar het is niet overbodig om ze in het oog te blijven houden.

Hulpvaardig

Waar het in de prediking van de bijbelse geschiedenis op aan komt is dit – waar Luther zo de nadruk op heeft gelegd: dat God gepredikt wordt en niet de mens.
Hoe bereikt de prediking dat mensen in het geloof worden gevormd en zich er steeds meer naar gaan gedragen? Niet als ze allerlei voorbeelden uit de Bijbel worden voorgehouden die dat ook deden, of juist niet deden – voorbeelden waarin ze zich kunnen herkennen. Maar als ze God zien, en wat hij voor ze gedaan heeft. Niet maar wat hij kan doen en in sommige gevallen gedaan heeft (maar vaak ook niet doet), maar wat hij daadwerkelijk voor ze gedaan heeft, hoe hij geschiedenis voor ze heeft gemaakt, uiteindelijk in Christus. Door zulke prediking worden de hoorders in de ruimte gezet, onder de geweldige blauwe koepel van Gods werk dat de eeuwen omspant.
Waarom zouden mensen zich hulpvaardig gaan gedragen naar Gods wet als ze zien dat Boaz in heel andere omstandigheden dat ook deed en ze te horen krijgen: Dat moet u ook doen!? Het gaat erom dat God, in de donkere tijd van de ‘Rechters’, gezorgd heeft dat er nog zo’n man was, uit de stam van Juda, en hem gebruikt heeft – lang voordat Israël om een koning vroeg – om een dynastie voor zijn volk te bouwen, om in die weg uiteindelijk ons te verlossen. Mensen zullen hulpvaardig worden als ze achter Boaz – en de goede wetten die hij in praktijk bracht – God zien in zijn hulpvaardigheid voor een aan lager wal geraakte familie. Aan de prediker de taak om, in de manier waarop hij het verhaal vertelt, die God voor de mensen te plaatsen.

Handleiding

Als je rondkijkt en luistert hoe er elders in de wereld gepreekt wordt, besef je pas goed hoe bevoorrecht wij in Nederland zijn met deze inzichten, die behoren tot onze gereformeerde erfenis uit de vorige eeuw. Ik heb in milieus die verder voluit de gereformeerde leer toegedaan zijn en promoten – die zijn er her er der in de wereld – dit als een van de meest urgente lacunes ervaren. Hier is behoefte aan. Men luistert er graag naar en is bereid om ervan te leren. De wereld die dan voor mensen open gaat hebben ze niet een-twee-drie onder de knie.
Ik heb daarom speciaal met het oog op hen een boek geschreven waarin ik deze lijn breder heb uiteengezet, met meer voorbeelden; ook met een methodische handleiding hoe je zulke preken opzet, en met een aantal preekschetsen: Piet Houtman, ‘This Is Your God!’: Preaching Biblical History, uitgegeven door ISPCK, Delhi, 2010. (De letters staan voor: Indian Society for Promoting Christian Knowledge, dit jaar honderd jaar geleden opgericht naar het voorbeeld van het eerbiedwaardige Engelse instituut de SPCK.) Doordat de uitgave in India is gedaan zal het hier minder makkelijk te krijgen zijn. Het kan besteld worden bij de uitgever of via internet (googlen op de auteursnaam), maar ik wil zelf ook graag belangstellenden helpen om een exemplaar te krijgen. Mail naar piet.houtman@hotmail.com.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *