De belijdenis voor de politiek

Inhoud
Vooraf: Waarom nog de belijdenissen in de grondslag van de ChristenUnie?

  •  Iedere ketter z’n letter – Geboorte – Tandeloos – Vertolking

DE NEDERLANDSE GELOOFSBELIJDENIS VOOR DE POLITIEK
Een vrije vertolking. Principes, lessen, lijnen

  • God, zijn openbaring en gezag
  • Wie is God voor ons? De drie-eenheid
  • Gods regering over de wereld
  • De menselijke slechtheid
  • Christus verlost uit de menselijke nood
  • De kerk
  • De overheid
  • Het einde

Vooraf

WAAROM NOG DE BELIJDENISSEN IN DE GRONDSLAG VAN DE CHRISTENUNIE?

Er zijn rooms-katholieken die graag lid willen worden van de ChristenUnie. En die ChristenUnie wil ze best graag hebben. Allebei heel begrijpelijk. Maar ja, in de grondslag van de partij staan niet alleen de Bijbel maar ook de Drie Formulieren van Eenheid (3FvE). En in een van die drie ‘formulieren’ of belijdenissen staat dat de ‘paapse mis’ een ‘vervloekte afgoderij’ is. Is dat niet een drempel voor die rooms-katholieken?

Ook veel evangelischen voelen zich bij de ChristenUnie thuis. Maar die hebben ook bar weinig met die belijdenissen. In hun DNA staat: de Bijbel alleen; niet de gevestigde kerken en zeker niet hun ballast. Zijn die 3FvE niet een drempel voor die evangelischen?

Maar wat blijkt? Deze vragen zitten de oer-CU’ers meer dwars dan die anderen die er bij willen komen!

Ook begrijpelijk. Politiek is iets anders dan kerk. Je komt bij elkaar omdat je elkaar herkent in waar je heen wilt met Nederland, of met je plaats. En dan kunnen zich weliswaar bloedgroepverschillen voordoen. Evangelischen hebben een andere geloofsbeleving en daar vloeit een andere manier van praten over politieke roeping uit voort. Ze willen op zo’n politieke samenkomst graag andere liederen zingen en ze hebben andere verwachtingen van een gebed. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Maar dat is iets anders dan belijdenisgeschriften in een grondslag.

Geen probleem van maken dus! Laat die 3FvE daar maar staan. Geniet van de humor van de situatie, wees pragmatisch en ga over tot de politiek van de dag.

 Iedere ketter z’n letter

Toch voel ik me daar niet helemaal senang bij. Je mag het CDA rekenschap vragen van z’n affaire met de PVV, je mag de ChristenUnie ook rekenschap vragen van wat ze in haar grondslagformule heeft staan. Een grondslag is tenslotte niet niks.

Nu is het merkwaardige dat ik nog nooit een uiteenzetting heb gehoord of gelezen over de inhoudelijke betekenis van de 3FvE voor de politiek.

Wel ben ik vertrouwd met oeverloze discussies in het verleden, inclusief de herhalingen van zetten, over het belang van die grondslag. Eerst een klassieke, algemeen theologische en kerkelijke discussie. Zonder belijdenis vindt iedere ketter in de Bijbel z’n letter. Dat bewijst een eeuwenlange kerkgeschiedenis. Vanaf de Reformatie zeggen we allemaal dat we de Bijbel hebben, maar we gaan er alle kanten mee op. De belijdenis trekt lijnen.

En dan de discussie over het belang van de kerk voor politieke en andere organisaties. De belijdenis spreekt over de kerk. Over de ware kerk. En zo waren de 3FvE in de grondslag de grond waarop je de partij gesloten kunt houden voor niet-vrijgemaakten. Ik meen wel te kunnen constateren dat discussie geschiedenis is.

Maar afgezien daarvan kan ik me niet herinneren dat ik iemand in een politieke discussie heb horen zeggen: “Zoals het zo mooi in de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat… Zondag zoveel uit de Heidelbergse Catechismus zegt dan toch maar…!”

Geboorte

Indirect hebben die 3FvE een grote rol gespeeld in de geboorte van de christelijke (lees: gereformeerde, of protestantse) politiek. Ze vormen de ruggengraat voor de leer van de Gereformeerde Kerken. Dominees moeten die lijn aanhouden in hun prediking, ook andere ambtsdragers moeten er hun handtekening onder zetten. Uit de catechismus werd elke zondagmiddag gepreekt, en werden generaties onderwezen op weg naar het zelfstandig christen zijn. Wie God voor je is, hoe je denkt over de schepping, hoe je in het leven hoort te staan, hoe je je als christen dient te gedragen, leerde je aan de hand van de catechismus. In die voedingsbodem is de gereformeerde politiek ontstaan en gegroeid, de ARP, het GPV, de ChristenUnie. Dat is het staal waartoe nu rooms-katholieken en evangelischen zich aangetrokken voelen.

Tandeloos

Als je de 3FvE schrapt, weet je niet wat je doet. Daarover is de discussie gevoerd toen de Hervormden, wat nu de PKN is, de kerkelijke binding aan de belijdenis gingen vervagen. In plaats van de binding kwamen er opzettelijk mistige formuleringen die elke richting binnen de kerk naar zich toe kon trekken, zoals ‘in gemeenschap met het belijden der vaderen’.

De belijdenisgeschriften blijven dan in de grondslag staan als museumstukken. Inclusief de ouderwetse vorm voor Eenheid: ‘Enigheid’. Enig hè, daar in die vitrine? Tandeloos; ze doen goed noch kwaad. Wij dansen er omheen, sommigen plechtig, sommigen vrolijk, en wie wil steekt stiekem z’n tong uit.

Als de ChristenUnie die kant op gaat, kan ze net zo goed meteen oversteken naar het CDA. En dat willen ook die rooms-katholieken en evangelischen nu juist niet.

Vertolking

Toch vind ik dat nog steeds geen voldoende antwoord op de vraag: leg nu eens uit wat die belijdenissen betekenen voor de politiek? Moeten we daar per se wat mee?

Ik wil wel eens een parafrase, een overzetting, of hoe je het maar noemt, van de belijdenisgeschriften, toegepast op de politiek. Die uitdaging heb ik zelf maar opgepakt. Binnenkort wil ik hier ergens op internet zo’n verklanking van de Nederlandse Geloofsbelijdenis neerzetten. Vooralsnog ongepolijst. De paapse mis komt er niet in voor.

DE NEDERLANDSE GELOOFSBELIJDENIS VOOR DE POLITIEK

Een vrije vertolking. Principes, lessen, lijnen

(De nummers verwijzen naar de artikelen van de NGB)

 God, zijn openbaring en gezag

1. Wij geloven in God. Wij hebben ontzag voor hem. Wij vertrouwen op hem, meer dan op aardse overheden een wereldlijke rechtsorde, politieke macht of op wat voor andere aardse factoren en machten ook. Wij geloven dat, als wij als christenen politiek actief zijn, ons vertrouwen op hem niet beschaamd zal worden.

 2. In de Bijbel spreekt God, in de wereld regeert hij. Christelijke politiek maakt gebruik van wetenschappelijk en ander verstandig inzicht over hoe de wereld in elkaar zit en functioneert, bevordert onderzoek en ontwikkeling van zulk inzicht, en werkt er, als daar aanleiding voor bestaat, zelf aan mee. Tegelijkertijd aanvaardt christelijke politiek de Bijbel als Gods hoogste openbaring, waaruit wij de diepste kennis van hem krijgen. Uit de Bijbel ontvangen wij ook licht op de wereld en de gegevens die ons erover worden aangereikt, in het besef dat informatie en kennis over de wereld op goede en op verkeerde manieren gebruikt kan worden. Wij geloven dat Bijbelse openbaring en wijsheid inzake de wereld uiteindelijk niet met elkaar in strijd zullen zijn, aangezien beide het werk zijn van dezelfde God.

In de politiek is er vaak een spanning tussen principiële uitgangspunten enerzijds en realistisch inzicht in feitelijke situaties en machtsverhoudingen anderzijds. Christelijke politiek vereist zowel een principiële houding als bereidheid tot compromissen. Met de erkenning van de Bijbel als de hoogste autoriteit verliest christelijke politiek niet uit het oog wat van belang is voor de wereld en voor welke mensen of groeperingen dan ook. Christelijke politiek kan en moet de rechten en belangen van groepen, structuren en de natuurlijke wereld respecteren en bevorderen zonder haar erkenning van God als de hoogste autoriteit tekort te doen.

 3-4. Christelijke politiek is niet hetzelfde als religieuze politiek in het algemeen. Er zijn verschillende godsdiensten in de wereld. Die kunnen een positieve invloed op het staatkundig leven hebben, bijvoorbeeld doordat hun aanhangers zich moreel gedragen vanwege het besef dat een hogere macht hen beoordeelt. Maar godsdienst heeft ook vaak een ongunstige uitwerking op het gedrag. Zo kunnen mensen menen dat eigenmachtig beleid, onderdrukking en andere misstanden door een hogere macht worden gesanctioneerd, of dat zij met geweld hun godsdienst moeten verbreiden. Vanuit christelijk standpunt is religieuze politiek als zodanig niet beter dan politiek op seculiere basis.

Verder beschouwen wij niet alle politiek door christenen of onder de vlag van christendom per se als christelijk. Christelijke politiek is daar waar politici het gezag van de Bijbel als Woord van God eerbiedigen en zich erdoor laten leiden.

 5. In de Bijbel horen wij de stem van God dermate duidelijk, dat wij geen persoon of instituut nodig hebben als intermediair om daarvan een bindende uitleg te geven.

 6-7. Weliswaar staan wij in een christelijke traditie die ons ook voor de politiek van vandaag nog veel te zeggen heeft. Wij hebben respect voor kerkvaders, reformatoren, zowel als kerkelijke leiders en politieke voormannen uit verleden en heden. Er valt van hen veel te leren voor een christelijke visie op politiek. Zij blijven echter, evenals alle mensen, feilbaar en vatbaar voor kritiek. Wij zullen een leider nooit blindelings of kritiekloos volgen. Ook alles wat door mensen is geformuleerd en op schrift gesteld, zoals belijdenisgeschriften en encyclieken, scheppingsordeningen en kernwaarden, politieke theorieën en beginselprogramma’s zijn onvolmaakt. Zij hebben voor ons nooit hetzelfde gezag als de Bijbel, laat staan dat ze de Bijbel zouden mogen doen veronachtzamen of in de schaduw stellen.

Wie is God voor ons? De drie-eenheid

8-11. God de Vader heeft de wereld geschapen. Aan hem danken wij en de hele wereld nog steeds het bestaan. Jezus is zijn Zoon. Door hem kennen wij God niet als een vage hogere macht, maar als degene die ons mensen liefheeft en redt uit de puinhoop die wij gemaakt hebben. De Heilige Geest gaat van hen beiden uit en doet Gods beleid doorwerken in deze wereld. Als wij het over God hebben, bedoelen we deze drie gezamenlijk.

 Gods regering over de wereld 

12. Wij geloven dat de wereld niet voortkomt uit toeval of uit de nevelen van het verleden. God heeft de wereld geschapen. Er was geen materie, kracht of natuurwet reeds aanwezig waarmee hij rekening had te houden en waarmee hij slechts kon boetseren. Hij is de enige soeverein. Soevereiniteit van staten in de wereld is betrekkelijk.

Er zijn hogere machten die in deze wereld werkzaam zijn, zowel goede als kwade. Maar God is boven al die machten. Voorzover wij zulke machten aan het werk menen te zien en daarover spreken, blijft dat voor ons altijd binnen het kader van wat wij uit de Bijbel weten over God. Hij handelt ook door middel van mensen en aardse middelen. Daarom zijn wij niet bijgelovig en speculeren wij niet over zulke machten. Ook over demonische machten spreken wij niet los van de Bijbel en van God die ze overwonnen heeft en overwint.

 13. Wij geloven dat God over de wereld regeert. Daarmee pretenderen wij allerminst dat wij alles wat er in de wereld gebeurt kunnen verklaren. Integendeel, christenen zijn niet minder geschokt door rampen, begaan met het lijden van mensen en verontwaardigd over onrecht dan welke andere mensen en groeperingen ook. Christelijke politiek erkent de weerbarstigheid van de werkelijkheid en het geringe vermogen van mensen om de wereld te beïnvloeden en te sturen. Ook wanneer christenen beschikken over politieke macht en andere machtsvormen in de wereld, pretenderen zij niet met hun beleid een betere wereld tot stand te kunnen brengen. Dit doet echter geen afbreuk aan hun vertrouwen in Gods regering over de wereld. Zij geloven dat God, ook dwars door het meest satanische geweld van duivelse machten heen, zonder mankeren op zijn doel afgaat. Zij blijven luisteren naar wat God zegt en geloven dat het goed is om zich ook in de politiek daardoor te laten leiden.

De menselijke slechtheid

14. God heeft de mens, evenals de wereld waarin hij hem plaatste, goed geschapen. De menselijke slechtheid is geen noodlot of gevolg van omstandigheden; hij heeft er in het begin voor gekozen. Door die keus is hij nu tot alle kwaad geneigd. Christelijke politiek houdt daar rekening mee en heeft geen optimistische verwachtingen van mensen en het goede in hen, alsof zij daardoor uit zichzelf het goede voor de wereld, hun medemensen en zichzelf zullen zoeken. Evenmin verwachten wij dat christelijke politiek, of welke goede politiek ook, burgers tot betere mensen zal kunnen maken. Als mensen iets goeds doen of het goede zoeken is dat aan God te danken.

 15. Dit geldt voor alle mensen. Christenen erkennen dat dit ook voor henzelf geldt. Ook zij die zich als wedergeboren christenen beschouwen zijn nog niet een beter type mens, maar hebben het hun leven lang nodig dat God hen verlost van hun aangeboren innerlijke slechtheid en blijven daar altijd naar verlangen en om bidden.

Christus verlost uit de menselijke nood

16. God is barmhartig en rechtvaardig. Hij verlost mensen van hun slechtheid. Maar er zijn ook mensen die blijven bij hun verkeerdheid en hardnekkig volhouden om het verkeerde te doen en na te streven. Daarover treft God geen verwijt. Het is niet onrechtvaardig van hem dat hij mensen in hun eigen gekozen heilloze weg verder laat gaan tot zelfs het einde toe.

 17-19. Al direct vanaf het moment dat de mens van God afdwaalde en het mis begon te gaan met de wereld, heeft God beloofd dat hij mensen van hun slechtheid wil verlossen. Hij heeft zijn Zoon vanuit de hemel op aarde laten komen en geboren laten worden. Deze is, wat zijn aardse afkomst betreft, een telg uit een ten onder gegane dynastie, terwijl eeuwenlang verschillende op elkaar volgende supermachten, veelal gewelddadig, het wereldtoneel beheersten.

De Zoon, Jezus, is niet alleen een mens die hoge godsdienstige en morele opvattingen leerde en zichzelf in voorbeeldige naastenliefde opofferde voor zijn medemens. Hij is zelf God, gekomen om Gods bedoelingen volledig te verwerkelijken.

Jezus is niet alleen uit de hemel, maar ook uit de aarde, een echt mens. Hij is niet alleen gekomen voor de ziel van de mens, voor zijn geestelijk leven, de godsdienstige opvattingen en praktijken van de enkeling en de groep of kerk. Maar voor ziel en lichaam, voor de mens in heel zijn aardse bestaan, ook als sociaal, economisch en politiek wezen.

 20. Gods beleid om de wereld te verlossen door zijn Zoon is rechtvaardig en barmhartig. Rechtvaardig: alle kosten zijn door zijn Zoon volledig betaald. Barmhartig: uit het fonds waarvoor zijn Zoon heeft betaald, deelt hij in eindeloze mildheid uit in een wereld vol geweld en ellende, aan mensen die zonder deze gaven in de crisis zouden ondergaan.

 21-23. Jezus Christus heeft het beleid gevoerd dat een oplossing bracht voor de grote crisis en eens voor altijd het rijk van vrede en vrijheid binnen bereik bracht. Hij deed dat door al zijn macht prijs te geven en in eigen persoon de totale crisis te ondergaan en te doorstaan.

Daarom is hij onze grote leider. Alle goede gaven en mogelijkheden waar wij van profiteren en gebruik van maken, krijgen wij dank zij hem. En alles wat wij nodig hebben, ook voor land en volk en voor de wereld, verwachten wij van hem.

Wij zeggen niet dat christenen betere mensen zijn dan anderen. Wij pretenderen ook niet dat overheidsorganen en politieke programma’s, organisaties en projecten beter zijn wanneer zij de naam ‘christelijk’ dragen. Evenmin claimen wij voor zulke instituten speciale voorrechten. Verder zijn wij er niet op uit om zo veel mogelijk terrein te winnen voor het christendom, en er de christelijke vlag op te planten en zo een machtspositie op te bouwen. Wij waarderen en honoreren alles wat goed is, ongeacht of het ‘christelijk’ heet of niet. De naam ‘christen’ is slechts een uiting van vertrouwen in Christus, waarmee wij ook de zwaarste crisis onder ogen zien, omdat hij die overwonnen heeft. Wij pretenderen niet dat wij aan het wereldverlossende werk van Christus nog iets kunnen toevoegen. Integendeel, alles wat wij aan goeds kunnen doen is slechts de vrucht van het grondleggende werk dat hij alleen heeft gedaan.

Wij verwerpen de opvatting dat het gezag van God en de vrijheid van de mens met elkaar op gespannen voet staan.

 24. Ons vertrouwen op Jezus Christus motiveert ons tot in ons diepste innerlijk om ons in te zetten voor onze medemensen, de samenleving waarvan wij deel uitmaken, en voor de wereld. Wij doen dat niet om door de wereld geaccepteerd te worden en te laten zien dat wij in ijver voor de wereld voor niemand onderdoen. Evenmin omdat wij zouden menen dat wij door menselijke inspanning de crisis kunnen bezweren en de ondergang van de wereld voorkomen. Laat staan dat wij zouden menen dat Christus’ beleid om de wereld te verlossen niet voldoende is en daarom aanvulling door onze menselijke inspanning nodig heeft.

De verdachtmaking dat ons geloof in Christus eenzijdig gericht zou zijn op het geestelijke, of op het leven na de dood, of op slechts enkele geïsoleerde politieke lievelingsthema’s, ten koste van realiteitszin of gevoel van urgentie voor de samenlevings- en wereldproblematiek als geheel, wijzen wij van de hand.

 25. Voordat Christus op aarde kwam, waren onder Gods beleid kerk en staat zo nauw verbonden dat heel Israël het volk van God was. De koning was eindverantwoordelijk voor de goede voortgang van de priesterlijke dienst in de tempel en het godsdienstige leven van het volk. Deze regeling geldt nu voor geen enkele staat meer.

 26. Wij vertrouwen volledig op Christus’ beleid voor mens en wereld als uitvoering van Gods programma. Wij vinden het gepast om al onze arbeid in politiek en samenleving vergezeld te doen gaan van gebed. Zulke gebeden in overheidsorganen en op politieke bijeenkomsten dienen alleen te worden gericht tot God in Jezus’ naam.

De kerk

27-28, 33-35. Wie christelijke politiek wil beoefenen, zal kerklid zijn. In de kerk beleven en beoefenen christenen het meest elementair en het diepst hun onderlinge eenheid. Hier wordt hun motivatie en hun inzicht gevoed vanuit de levende bron.

De doop drukt uit dat zij in de kerk worden of zijn opgenomen. De viering van de maaltijd van Christus is de uitdrukking en een beoefening van hun gemeenschap met hun Heer en met elkaar.

De kerk heeft geen nauwe binding met een aardse overheid, ze is geen staatskerk. Wel zijn haar leden gehoorzaamheid aan aardse overheden verschuldigd. Het staatshoofd van de kerk is echter in de hemel, vanwaar hij haar met zijn Woord en Geest regeert. De christelijke gemeenten of kerken uit alle landen, volken, talen en rassen, vormen één volk of familie onder hem. Christenen, verspreid over de hele wereld, zijn elkaars broeders en zusters.

 29. Onder kerk wordt niet verstaan elke willekeurige groepering die de naam kerk draagt. De kerk is slechts daar waar men zich aan Christus onderwerpt en er voortdurend op uit is om zijn Woord te verstaan, de kennis ervan te bevorderen en het te doen doorwerken in de praktijk. Voor christelijke politiek is het niet voldoende dat iemand formeel als kerklid staat ingeschreven. Het komt er op aan dat hij of zij deelt in deze levenshouding. Bij de beoordeling van hun gedrag zal de natuurlijke menselijke zwakheid in aanmerking worden genomen, maar zij zullen er blijk van geven dat zij het gezag van de Heer en zijn Woord serieus willen nemen in woord en daad, publiek en privé.

 30-32. De kerk heeft onder de mensen een eigen geestelijke regering of overheid. Deze is ingesteld door Christus, de Heer van de kerk, en ontleent haar gezag aan hem. Zij dient de opbouw en het welzijn van de kerk. Er gelden principes voor die ook leerzaam zijn voor de politiek.

1.       De waardigheid ligt niet in de positie die bekleed wordt of in de persoon die deze bekleedt, maar in de activiteit die moet worden uitgeoefend.

2.       In principe zijn twee of drie functies vereist: het uitdragen van de visie (‘het verhaal’), zowel intern als naar buiten, het doen functioneren van de organisatie dienstbaar aan de visie, en de zorg voor armen en lijdenden.

3.       De regering berust niet bij één persoon, maar is collegiaal van structuur. Er zijn checks en balances.

4.       Posities worden vervuld door middel van open procedures. Daarin heeft de gemeenschap als geheel een stem.

5.       Niet ambitie, maar roeping en dienstbereidheid brengt iemand op een leidinggevende positie.

6.       Voortdurende waakzaamheid is geboden dat regels dienstbaar blijven aan het doel.

7.       Er moet een regeling zijn voor disciplinaire maatregelen indien nodig.

 (33-35 zie boven bij 27-28.)

De overheid

36. De (wereldlijke) overheid en de kerk hebben ieder een eigen verantwoordelijkheid en gezag, door God hun verleend en aan hem onderworpen. De overheid geeft leiding aan de openbare samenleving en bevordert en stimuleert goede activiteiten van individuen en sociale verbanden. Met het oog daarop heeft zij de bevoegdheid wetten uit te vaardigen, belastingen te heffen en straffen op te leggen.

Overheid en kerk behoren, ieder vanuit eigen positie, de bevoegdheid van de ander te respecteren. De overheid is niet neutraal, maar regeert onder God. Het is onmogelijk dat de overheid regeert zonder uitgangspunten inzake gerechtigheid, vrijheden welke recht op handhaving en verdediging hebben, onpartijdige behandeling, het opkomen voor zwakken en het in toom houden van sterken. Zij dient voor zulke principes te luisteren naar het Woord van God, dat door de kerk verkondigd wordt.

De kerk en christelijke politici doen er echter goed aan er in de praktijk mee te rekenen dat de overheid dit niet erkent. Ook in dat geval zijn de christenen de overheid en de staatsorde respect en gehoorzaamheid verschuldigd.

De overheid behoort de kerk de ruimte te geven en binnen haar staatkundige bevoegdheden eraan mee te werken, dat de kerk haar roeping tot de prediking van het evangelie en het leiden van de christenen kan vervullen. Dit betekent niet dat zij de kerk of de christenen partijdig mag voortrekken. De overheid dient de rechten van alle burgers, ongeacht godsdienstige of ongodsdienstige overtuiging, gelijkelijk te beschermen. De kerk en christelijke politieke organisaties mogen geen machtsmiddelen die aan de wereldlijke overheid toebehoren, inzetten om christelijke principes op te leggen aan alle burgers. Want het middel waarover de kerk beschikt om niet-christelijke burgers te beïnvloeden en te overtuigen, is de verkondiging van het Woord God. Evenmin mag de kerk zulke machtsmiddelen inzetten om zichzelf een bevoorrechte positie te verschaffen of die te handhaven boven rechtvaardigheid en billijkheid uit. Laat staan dat de kerk haar zelfstandigheid en eigen bevoegdheid zou mogen inzetten om zichzelf of haar dienaren te vrijwaren van rechtmatig optreden van de overheid in belastingheffing en strafvordering.

Het einde

37. Op een zeker moment in de toekomst zal God een ontzaglijke ingreep doen in de wereld en de kosmos. Hij zal de kwade krachten vernietigen en zijn rijk definitief vestigen. Alle aardse politieke en andere machten zullen daadwerkelijk aan hem onderworpen zijn. Deze gebeurtenis is niet op grond van aardse factoren door middel van prognoses te voorspellen. De wereldgeschiedenis met haar staten en machten, haar goede en kwade krachten, alle aardse factoren zoals wij mensen die kennen en proberen te doorgronden en te beïnvloeden, gaat niet onbeperkt door. De politiek ontwikkelt zich niet door een geleidelijk proces tot een rijk van vrede en samenbinding, gerechtigheid en welzijn voor alle mensen. Christelijke krachten kunnen dit net zo min bewerkstelligen als humanistische, of wat voor aardse rechtsorde of diplomatie dan ook. Overheden en allen die met politieke middelen proberen macht en invloed uit te oefenen, doen er verstandig aan hiermee rekening te houden en de beperktheid van hun mogelijkheden te erkennen. Zij mogen hun positie en mogelijkheden niet misbruiken, in strijd met de wereldlijke wet en vrede, met de pretentie daardoor het koninkrijk van God te bespoedigen. Zo zal er ruimte zijn voor het besef dat het uiteindelijk God is die regeert.

God regeert de wereld, die hij geschapen heeft en door Christus regeert, zo dat hij aanstuurt op de komst van zijn koninkrijk. Daarom heeft inzet voor het goede in deze wereld zin. De hoop op het komende rijk van God motiveert christenen in de politiek. Daarom zien zij niet slechts met weemoed terug op staatkundige verhoudingen die, meer dan de huidige, trekken van het koninkrijk vertoond zouden hebben en als christelijk kunnen worden aangeduid. Het werken met het oog op de toekomst is meer karakteristiek voor de christelijke politieke activiteit dan het vasthouden aan politieke gegevenheden en posities uit het verleden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *