Christus en de macht

“Geen aardse macht begeren wij”, zingen wij (protestanten) in het Lutherlied. Of, met de berijming in het Liedboek voor de Kerken: “Al onze macht is ijdelheid”. Menen we dat echt, in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen?

Christenen zijn het er langzamerhand wel over eens dat we niet met aardse macht moeten proberen onze principes aan de samenleving op te leggen of de positie van de kerk veilig te stellen. Het theocratisch ideaal is bij de SGP afgezwakt. De geschiedenis is vol voorbeelden van zulk streven waar we nu niets meer van moeten hebben.

De vraag is echter op z’n plaats of we niet met een te smalle blik naar ‘macht’ kijken. En, in verband daarmee, of we niet te geïsoleerd naar de overheid kijken als het over macht gaat.

Middelen

Te vaak gaan we, impliciet en onbewust, nog uit van de voorstelling dat macht vooral betekent het opleggen van je wil aan anderen, bijvoorbeeld in de vorm van wetten en regels, zonodig gesanctioneerd met straf. In dit verband spreken we, met een bijbelse term ontleend aan Romeinen 13, van de ‘zwaardmacht’ van de overheid.

Maar dwang en geweld zijn lang niet de enige machtsmiddelen. Moderne machtstheorieën wijzen erop dat macht een veel breder verschijnsel is. Macht kan ook gebaseerd zijn op deskundigheid: wie de situatie doorziet en manieren weet om erin in te grijpen, heeft een voorsprong. Rijkdom is een ander machtsmiddel. Kijk maar naar banken. En naar multinationals. Prestige werkt ook. Bekende Nederlanders en oud-politici krijgen meer gedaan. Iemands positie in een hiërarchie en een netwerk van relaties is ook een machtsfactor.

Overeind zetten

Laten we met dit bredere idee over macht in ons achterhoofd eens de liederen over de dienaar van de HEER in het Bijbelboek Jesaja lezen, profetieën over Christus. Hij oefent macht op zijn eigen manier. God heeft hem een hoge positie gegeven. Hij is een pijl in Gods hand. Hij luistert naar God, daardoor heeft hij kennis. Daarmee kan hij moedelozen opbeuren. Gekneusden zet hij overeind. Hij verwerft de bevoegdheid om te verzoenen en kan dat daardoor effectief doen. Hij laat zich zelfs door geweld niet uit het veld slaan; met zijn vertrouwen op God is hij daar tegen bestand. Door zijn toedoen beschadigen zijn vijanden zich met hun eigen wapens. Hij houdt vol en brengt het recht op aarde, waar de volken naar zullen uitzien.

Die dienaar van de HEER is gekomen, en Hij heeft tenslotte gezegd: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Dat is niet alleen toekomstig, dat is nu.

Hij oefent macht op een orgel met veel registers, zorgvuldig en heilzaam, indrukkwekkend en geducht. Zijn stijl van optreden is niet in een hokje te vangen. Aan de ene kant is het niet vrijblijvend, alsof mensen zelf mogen uitmaken of ze Hem erkennen of niet. Het is ook politieke macht, inclusief zwaardmacht. Aan de andere kant: Hij gebruikt momenteel vooral machtsmiddelen als prediking, onderwijs, opvoeding, wijsheid en kennis, om mensen in zijn invloedssfeer te brengen. Als een zuurdesem werkt zijn koninkrijk door.

Overtuigingskracht

Nu naar de aardse politiek vandaag. De overheid draagt niet alleen het zwaard, maar is er ook om te prijzen wie goed doen, schreef Paulus al. Dat laatste vraagt heel andere machtsmiddelen. In ons politiek bestel, net als in de hele samenleving, zijn publieke presentatie en overtuigingskracht, debat en compromis belangrijke middelen om iets voor elkaar te krijgen.

De vraag is niet zozeer: mogen we als christenen in de samenleving macht gebruiken? De vraag is: hoe zullen we dat doen, welke middelen zullen we inzetten?

Als christenen ook in de keus van machtsmiddelen hun Heer navolgen, dan kunnen ze in de politiek, ook met weinig ‘macht’ (in zeteltal), goede invloed uitoefenen en dingen voor elkaar krijgen. Bijvoorbeeld door als smeerolie tussen twee grote partijen bij te dragen aan een stabiele coalitie. Of door in een crisis het initiatief te nemen voor een ad hoc meerderheid om een lenteakkoord te sluiten. En wie weet, beïnvloeden en overtuigen ze ooit op een hun aangelegen punt – of het nu over een rustdag gaat of over de beschermwaardigheid van het leven of over zorg voor zwakken of nog iets heel anders – grote delen van de bevolking, met andere woorden, krijgen ze op zo’n punt ‘macht’. Dat zal zo’n samenleving goed doen. Waarom zouden ze er dan voor terugdeinzen om die macht zorgvuldig te gebruiken?

Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad, 11 september 2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *